Met meer dan 110.000 leden staan we achter Ajax!
Nieuws

Ajaxicoon Suurbier op 75-jarige leeftijd overleden

Zondagavond bereikte ons het treurige nieuws dat Wim Suurbier op 75-jarige leeftijd is overleden. Het Ajaxicoon is gestorven aan de gevolgen van een hersenbloeding. Suurbier speelde tussen 1964 en 1977 liefst 511 wedstrijden voor Ajax. Zijn laatste interview was met Ajax Life. Hieronder het verhaal dat in maart verscheen in ons magazine.

12 juli 2020 - 20:53
Wim-Suurbier9
In maart haalden we voor het magazine Ajax Life nog herinneringen op met Suurbier. © Pro Shots

Wim Suurbier zit tegenover redacteur Mark van den Heuvel, trekt een briefje uit de binnenzak, zet z’n leesbril op en begint zo’n beetje zijn hele palmares voor te lezen. Alle kampioenschappen, alle internationale titels, zijn interlands ook, het complete pakket.

Waarom hij dat doet? Suurbier draait wat ongemakkelijk op zijn stoel. Hij oogt een tikkeltje nerveus en zegt: “Nou, dan weten de mensen een beetje wie ze voor zich hebben. De meesten weten het niet. Want ja, hoe begin je zo’n verhaal? Wat heb je gepresteerd? Hoeveel prijzen heb je gewonnen, hoeveel wedstrijden heb je gespeeld? Ik lees dat eigenlijk nooit ergens terug in een interview. Maar dat is wel het belangrijkste. Weet je hoeveel trainers ik heb gehad bij Ajax?”

Tussen 1964 en 1977? Een stuk of twaalf?
“Ja, heel goed! Ik debuteerde als jeugdspeler onder Jack Rowley in het tweede elftal van Ajax, ruim voordat Rinus Michels het in 1965 overnam van Vic Buckingham. Weet jij welke positie ik in de jeugd speelde?”

Nee sorry, zal wel rechtsbuiten zijn geweest…
“Linksbuiten! Kon ik lekker naar binnen komen om te schieten met rechts. Maar vervolgens heeft Jany van der Veen me op zo’n beetje alle posities in het elftal uitgeprobeerd, zo ben ik uiteindelijk rechtsback geworden. Ik werd in ieder geval altijd opgesteld.”

Suurbier noemt zichzelf, ergens halverwege het gesprek, ‘een niet zo’n aardige persoon als anderen soms denken en nogal wantrouwend bovendien’. “Ik zal je vertellen waarom. Ze hebben me altijd achterna gezeten om wat los te krijgen over Johan. Omdat ze weten dat ik goed ben met Danny. Maar ze zijn alleen maar uit op sensatie, om iemand pootje te lichten. Ze hebben het ook nog steeds over 1974… Weet je wel hoeveel aanbiedingen ik krijg om daar over te vertellen? Nu weer voor een theatershow. Dat weiger ik stelselmatig. Want vergis je niet, ze zijn slimmer dan ik. Ik ben daar heel eerlijk in. Ik zie nooit ergens iets kwaads in, ik probeer alleen maar het goede eruit te halen, maar zo zijn die mensen dus niet. Ik bemoei me liever niet met anderen, ik ga altijd mijn eigen gang. Dat bevalt me ook zo aan een land als Amerika. De anonimiteit.”

‘Ik ben een heel nuchter persoon. Niet zo’n bla-bla-bla-figuur, die zo nodig in de krant moet.’

Wim Suurbier, op zijn zeventiende gescout door Jany van der Veen, debuteerde in 1964 voor Ajax, op achttienjarige leeftijd. Daarvoor speelde hij bij de amateurs van het kleine Amstel, aan de Hugo de Vrieslaan in Amsterdam, net als Piet Keizer. “Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat ik naar Ajax zou gaan. Ik heb eerst een proefwedstrijd gespeeld bij DWS, maar daar werd ik niet aangenomen. Kun je nagaan…. Ik was ook helemaal geen fan van Ajax. Ik wilde gewoon voetballen.”

Dertien jaar lang zette de rechtsback vervolgens stadion De Meer in vuur en vlam, met zijn imposante rushes en messcherpe tackles. Tot 1977. Hij koos voor een avontuur bij Schalke 04. Daarna speelde Suurbier in zijn imposante carrière nog voor FC Metz, Los Angeles Aztecs, Sparta, San Jose Earthquakes, Golden Bay Earthquakes en Tampa Bay Rowdies.

We zitten in voor hem vertrouwde omgeving, op bezoek bij de Johan Cruijff Foundation in het Olympisch Stadion. Suurbier kwam in de jeugd bij Ajax meteen in één elftal terecht met de twee jaar jongere Johan Cruijff. De twee hadden een hechte band, die tot op de dag van vandaag intact wordt gehouden door de familie Cruijff en de Cruijff Foundation. “Als er geen Johan was, dan hadden we hier niet gezeten.”

Volgens de routeplanner woonden ze vroeger drie kilometer bij elkaar vandaan in Amsterdam; Cruijff in de Akkerstraat en Suurbier aan de Beukenweg, vlakbij het Oosterpark. “Als jochies voetbalden we veel op straat, op het Beukenplein, met Tonnie Pronk en Piet Keizer. Helemaal aan het begin ben ik begonnen als keeper, omdat ik duiken zo leuk vond. Johan kon ook goed keepen trouwens. Maar ik heb bij Amstel welgeteld één wedstrijd op doel gestaan omdat ik meteen een schop tegen m’n kanis kreeg. Ik dacht: dat ga ik niet meer doen. Bovendien heb je als veldspeler meer kans dan als keeper. Dat realiseerde ik me meteen. Dat was het begin. Dat is toch leuk?”

De herinneringen komen langzaam bovendrijven. Aan Günther de Haan, Barry Hulshoff, Bertus Strijks, Arie van Dijk, Piet de Waal, Henny Cruijff, Ronnie Boomgaard, die keeper, en al die andere A-junioren. Suurbier houdt ervan de rollen om te draaien, zo bleek al eerder en vraagt: “Weet jij hoeveel mensen er in De Meer zaten toen wij in de landelijke finale stonden tegen Volendam?”

Ah, De Meer, eindelijk. Eh, nee, zal wel een paar duizend zijn geweest.
“Een paar duizend? Achtduizend man! Mooi hè?"

Maakte stadion De Meer destijds indruk op u, als zeventienjarige jongen van amateurclub Amstel?
“Nee, niet echt, wat zat daar nou helemaal? Het stadion was meestal half leeg in die jaren. Ik kan me ook niet herinneren dat ik op zondag naar het eerste elftal ging kijken of zo. Ik vond het leuk om op het veld te staan. Eerst bij Amstel en later bij Ajax, maar ik ging niet anders spelen. Het was voor mij hetzelfde. En ik was erg fanatiek, dat moet ik wel toegeven. Ik ga mezelf hier niet zitten ophemelen, daar hou ik helemaal niet van, maar ik was ontiegelijk snel. Mijn voorzetten, waar ze altijd over lopen te zeiken, kwamen vaak niet aan omdat ik niet goed uitkwam met mijn passen, op hoge snelheid. Dat moest ik leren. Daar heeft Cees Koppelaar, de voormalige looptrainer, een belangrijke rol in gespeeld. Je staat in het veld om je team beter te maken. Maar daar is wel een zekere discipline voor nodig.”

‘Ik voel de leegte die Johan en Piet hebben achtergelaten heel sterk.’

U bent in januari 75 jaar geworden, heeft dat een bijzondere betekenis voor u?
“Nee. Ik ben een heel nuchter persoon. Niet zo’n bla-bla-bla-figuur, die zo nodig in de krant moet.  Ik ben niet zo publiciteitsgeil, zo zou je het kunnen zeggen, ik zit er niet op te wachten. Als mensen aan mij vragen: ‘Bent u Wim Suurbier’, dan word ik al een beetje rillerig. ‘Ja,’ zeg ik dan, ‘ik ben Wim Suurbier’. Maar vervolgens zit ik er niet op te wachten dat die man mij gaat vertellen hoe goed ik wel niet was. Ik vraag dan altijd: ‘Heeft u genoten van ons elftal destijds?’ Dat wil ik graag horen. Want we speelden met een elftal. Ik speelde niet alleen. Piet Keizer had dat ook.”

“Ja, ik voel de leegte die Johan en Piet hebben achtergelaten heel sterk. Ik belde ze allebei regelmatig. En zij mij. Dat mis ik. Ze waren maatjes. Oud worden vind ik niet erg. Maar dat er mensen van wie je houdt wegvallen en dat je ze nooit meer terugkrijgt is moeilijk te verteren. Nee, ik ben niet bang voor de dood. Ik ben alleen bang voor onnodig lijden. Dan hoeft het dus echt niet meer voor mij.”

Kleurrijker dan Wim Suurbier worden ze niet meer gemaakt. Hij maakt op 75-jarige leeftijd een kwieke indruk, maar natuurlijk hebben de jaren vat op hem gehad, dat kan ook moeilijk anders met zijn, laten we het maar outgoing levensstijl noemen. Zo raakte Suurbier in zijn ‘Amerikaanse periode’ bevriend met de Noord-Ierse superster George Best en werkte hij enige tijd als barman in ‘Besties Bar and Restaurant’, de club van Best in Hermosa Beach, Californië. Ik móet er wel naar vragen.

“Ik kwam in contact met George via zijn zakenpartner Bobby McAlinden. Toen bleek dat mijn voetbalcarrière wel zo’n beetje op z’n einde liep, zei hij: ‘Als je je bartenderdiploma haalt, dan kun je bij ons komen werken.’ Vond ik prima. Heb ik drie jaar gedaan. George was een goede jongen. Echt waar. Een hele lieve, normale jongen. Maar ja, de hele wereld wilde wat van hem. Kijk, we hebben allemaal gezopen, maar over het algemeen wordt er een heel verkeerd beeld geschetst van George Best.”

“Toen ik voor de San Jose Earthquakes speelde, vroeg de eigenaar aan me: ‘Wim, wil jij proberen om George Best naar San Jose te halen.’ Ik zei: ‘Ja hoor, dat kan ik makkelijk doen.’ George voetbalde nog steeds, hè. Hij had er ook wel oren naar. Hebben we een maand lang keihard getraind, voordat de pré-season-wedstrijden begonnen. Wat denk je? Was-ie foetsie. Maar ik wist wel waar hij zat. In Palo Alto, mooie buurt hoor daar. Kwam ik binnen, zat-ie aan de bar, George. Hij was te bang om te falen. Zo’n grote speler… Ik zei: ‘George, kom op man, dat kun je niet maken.’ Maar ik kreeg hem niet mee. Faalangst.”

“Weet je wat ik zelf altijd deed na een avondje stappen? Dan kwam ik thuis in Bergen, kleedde mezelf om en ging ik een half uurtje hardlopen. Om het eruit te zweten. Maakte niet uit hoe laat het was. Ik was altijd fit. Maar ja, dat weten de mensen niet.”

René van der Gijp vertelt op televisie kleurrijke verhalen uit de tijd dat hij als jonge speler van Sparta tijdelijk bij u in huis woonde, hoe kijkt u daar naar?
“Tsja, dat lacherige allemaal, daar word ik een beetje moe van hoor. Al die verhalen van Van der Gijp… Wat heb ik eraan? Er zit geen goede bedoeling achter. Ik vind persoonlijk dat het andere mensen niks aangaat. Ik ben geen nieuwsgierig aagje. Maar sommige mensen, die zijn echt heel, heel, heel erg nieuwsgierig. Je wil het soms niet weten. Maar ja, dat zit nou eenmaal in de mens, hè? Ik leef in het nu. Niet in het verleden.”

Volgt u het huidige Ajax?
“Nee, niet echt. Het enige waarmee ik me nog weleens vermaak zijn Bundesliga-wedstrijden. Het draait tegenwoordig allemaal om geld. Dat is de grootste boesdoener. Het is een kermis geworden. Steven Bergwijn is multimiljonair, las ik in de krant, die jongen heeft een paar wedstrijden voor Tottenham Hotspur gespeeld. Dat staat me tegen. Daarom heb ik meestal te hoge verwachtingen. Misschien ben ik diep van binnen wel heel erg jaloers op al dat geld. Maar als je dat vergelijkt met wat iemand die levens redt verdient, dan vind ik de verschillen zo langzamerhand buiten proportioneel groot.”

Supportersvereniging Ajax

Word vanaf €15* lid tot einde seizoen 2020/2021

Sluit je aan bij onze ruim 110.000 leden. Samen staan wij achter Ajax. Omdat de SV Ajax opkomt voor jouw belangen, ben je nog meer met Ajax verbonden.

* Prijzen lidmaatschappen verschillen per leeftijdsgroep en aantal leden per gezin. Nu inclusief Ajax-mondkapje (t.w.v. 6,95 euro).

Extra voor leden

  • Voorrang bij kaartverkoop

  • Tijdens evenementen dichtbij spelers

  • Deelnemen aan vele kortingen en acties

Word ook lid! >