Sonny Silooy en Frank de Boer vechten een duel uit met Ruud Heus en John de Wolf. © Pro Shots

Harvey Esajas, ik had in 1993 nog nooit van hem gehoord. Bijna was uitgerekend hij – de geboren Amsterdammer – verantwoordelijk voor een pijnlijke Ajaxnederlaag tijdens de klassieker van 1993 in het olympisch stadion.

Door Sander Zeldenrijk

Het seizoen 1993-1994 was mijn eerste waarvoor ik een seizoenkaart had. Dat avontuur begon uitstekend met een 4-0-zege op de regerend landskampioen, in De Kuip. Jari Litmanen maakte twee van de vier treffers en pronkte na afloop met een reusachtige, goudgekleurde bokaal die luisterde naar de heerlijk foute sponsornaam PTT Telecom-cup.

Een paar maanden later kwam Feyenoord echter als landskampioen naar het olympisch stadion met drie punten voorsprong in het oude puntensysteem, waarbij je twee punten kreeg voor een overwinning. Kortom, Ajax mocht in eigen huis niet verliezen. De Rotterdammers hadden in de eerste negen speelronden immers aangetoond dat ze maar weinig punten lieten liggen.

Samen met twee vrienden zaten we er goed voor klaar. Uitverkocht huis, lekker sfeertje, dit kon niet fout gaan. We zaten schuin achter het doel, in een hoekvak naast de eretribune. Twintig minuten na het eerste fluitsignaal keken we elkaar verbaasd aan: Feyenoord leidde met 2-0 door doelpunten van een ex-Ajacied (Arnold Scholten) en een geboren Amsterdammer (Harvey Esajas). Beide treffers vielen vijftig meter voor onze neus.

Dat Litmanen direct na de 0-2 de aansluitingstreffer maakte, bood hoop en perspectief voor de tweede helft. Ajax voetbalde namelijk heel goed, Feyenoord was uiterst effectief en liet na de twee treffers niets zien. Dankzij doelman Ed de Goey hield de koploper stand. De ploeg van Louis van Gaal beukte tegen een Rotterdamse muur en leek deze middag sportieve averij op te lopen.

Het bleef 2-2. Dat voelde in de euforie van de late gelijkmaker als een overwinning, maar op de ranglijst veranderde er niets

Twee minuten voor tijd kwam de ontlading. Litmanen – weer hij – frommelde de gelijkmaker achter De Goey en het olympisch stadion trilde op zijn grondvesten. Dat zou de komende twee jaar wel vaker gaan gebeuren tijdens de Europese zegetocht onder Van Gaal, maar die middag maakten mijn vrienden en ik het voor het eerst mee.

Het bleef 2-2. Dat voelde in de euforie van de late gelijkmaker als een overwinning, maar op de ranglijst veranderde er niets terwijl Ajax deze zondag toch echt een indrukwekkende masterclass voetbal had gegeven tegen de ongenaakbaar geachte rivaal.

Na afloop liepen we via de Amstelveenseweg richting het VU Ziekenhuis op de Boulelaan, waar we zouden worden opgepikt door mijn ouders. Dat is een afstand van circa twee kilometer. Eenmaal bij de auto aangekomen, riep mijn moeder enthousiast dat ze naar Langs de Lijn zaten te luisteren toen Ajax gelijkmaakte. Ze hadden het gejuich van Litmanens tweede treffer letterlijk kunnen horen door de wind die deze middag behoorlijk sterk was.

Ik vond het een gave gedachte; uitzinnige Ajacieden die zoveel lawaai maken dat het gejuich bij een gunstige windrichting tot ver buiten de stadionmuren te horen is. Als ik aan mijn eerste klassieker denk, denk ik aan door wind gedragen ontlading. 

Reacties