Over de raakvlakken tussen Kramer op de schaats en Huntelaar in de spits. © Pro Shots

Dit weekeinde begon voor mij in een ander Ajaxstadion. Het Olympisch. Hoewel het er om schaatsen ging, moest ik er bij alles aan Jari Litmanen denken.

Bij het doorzettingsvermogen en de veerkracht van Ireen Wüst bijvoorbeeld. Alleen bij Sven Kramer moest ik niet aan de Fin denken. Ik ontdekte zondagmiddag waarom. Sven heeft veel meer weg van Klaas-Jan Huntelaar.

Hoewel ik The Hunter in alle opzichten prefereer boven de Fries, zijn er raakvlakken. Ze houden beiden enorm van hun sport en van goede prestaties. Ze beseffen ook allebei dat de tijd doortikt, dat er een nieuwe generatie aankomt. Ze lijken ook allebei niet op Roger Federer. Ze hebben een randje, dat ze voor potentiële schoonmoeders minder aantrekkelijk maakt.

Ik vraag me af hoe Huntelaar na deze wedstrijd slaapt. Malen die gemiste kansen steeds door zijn kop? Of zorgt jarenlange ervaring voor berusting? Svens nachtrust interesseert me bar weinig. Hun hoogtijdagen zijn in ieder geval voorbij. Dat is hoe de dingen gaan. Leer er maar mee leven.

Ik vraag me af hoe Huntelaar na deze wedstrijd slaapt. Malen die gemiste kansen steeds door zijn kop?

Wat me in dat schaatsstadion duidelijk werd, is hoe graag ik in het huidige Ajaxstadion kom. Best leuk om weer veel aan Jari herinnerd te worden, maar ik moest er wel veel onzin voor negeren. Wortels en klompen op hoofden. Veel kunstmatig vermaak. Alle mogelijkheden van de lichtinstallaties werden bij alle dweilpauzes veelvuldig geshowd.

Het Olympisch heeft een geweldig tweede leven, met vroeger heeft het weinig te maken. Er is zelfs geen vleugje urinegeur meer te bespeuren. Hoe mooi het er ook is – schitterend zelfs - er wordt ook onderstreept hoe belangrijk het heden is. En hoe naar dat ook mag zijn, het is waar we het mee moeten doen.

Oké, Ajax doet er alles aan om het in de Johan Cruijff Arena bedenkelijk te maken. Neem het recente idee van de Tunnel Club. Maar hier worden dan door de trouwste fans gelijk grappen over gemaakt. Met spandoeken wordt er geprotesteerd. Dat schoonmoederonvriendelijke randje is gelukkig nooit ver weg.  

Dit is duidelijk niet meer het Huntelaar-tijdperk. Dit is het moment van Hakim Ziyech. Hoe kleurloos het potje verder ook was, Hakim heeft voor mij het hele weekeinde gemaakt. Ook geen schoonmoedermateriaal overigens. 

Ondanks alles, is het overduidelijk in welk Ajaxstadion ik het liefst ben. Onze eigen – klote – Johan Cruijff Arena. Waar we ons misschien steeds minder thuis voelen, zoals op een doek in de F-side te lezen  viel. Toch blijven we komen. Daar moet een reden voor zijn.

Reacties