Younes drijft tegen FC Groningen zijn acties te ver door. © Pro Shots

Mijn allereerste hattrick?! Leuk dat je het vraagt! Die maakte ik zondagochtend. Op 38-jarige leeftijd was het dan eindelijk zo ver. Er volgde zelfs nog een vierde treffer. En daarna het venijnige knietje in mijn onderrug. De centrale verdediger van SVA was die veteraan en zijn treffers duidelijk zat.

Het knietje zorgt naarmate de dag vordert voor flinke last. Rechtop lopen lukt eigenlijk niet. Ook de onvermijdelijke spierpijn manifesteert zich op mijn leeftijd steeds sneller. “Euhm, we gaan wel gewoon naar Ajax hoor, pap,” analyseert dochter Emma de situatie droogjes. “Je neemt maar een paracetamol.” Lieverd.

De Arena in lukt allemaal nog wel, maar na anderhalf uur op het koude stadionstoeltje protesteren lijf en leden aardig. Kijk, ik wil zo lang mogelijk voetballen, maar de confrontatie met ouder worden doet soms wel een beetje zeer. Zeker op zondagen.

Steeds vaker stuift zo’n jonge ambitieuze snuiter van een jaar of twintig bij je weg. Alsof je er niet staat. Lekker dan. Ik voel me steeds vaker de Holle Bolle Mido van de amateurvelden. Of godbetert Jhon van Beukering. Niet goed.

Nee, daar heeft Amin Younes allemaal nog geen last van. Met enige jaloezie kijk ik ook tegen FC Groningen weer naar de kleine hazewindhond op links. De startsnelheid van een Formule 1-wagen, dartelend langs de lijn, vaak naar binnen snijdend en soms verrassend buitenom. Veel op instinct, met veel controle over de bal. Er gaat tegen de 'Trots van het Noorden' echter ook best een hoop mis. Younes voert zijn acties veelal te ver door en maakt enkele verkeerde keuzes.

Ik ben blij met Younes. Met die kleine flankspeler met de rappe benen.

Ajaxfans zijn dan vaak helder in hun commentaar: “Hé Duitse Kabouter, schiet nou G*%(#$!!! eens eerder!” Het komt werkelijk uit de tenen van mijn achterbuurman. Het gebeurt als Younes zich met oogkleppen op voor de zoveelste keer stukloopt op de groene verdedigingsmuur. De aanvaller 'heeft het even niet' en krijgt de laatste weken in het stadion en daarbuiten de nodige kritiek.

En toch zie ik hem graag. Ik ben blij met Younes. Met die kleine flankspeler met de rappe benen die, ook als dingen even niet lukken, lef blijft tonen en zijn acties maakt. Ik zie jaloersmakende dribbels. Dribbels op pure snelheid die ik steeds minder maak. Mijn hoofd wil wel, maar het lichaam geeft steeds meer de grenzen aan. Lacht mij zelfs uit omdat ik het nog probeer.

Na het laatste fluitsignaal helpt dochterlief mij de Arena uit. Het stilzitten in een koud stadion doet het al pijnlijke lijf weinig goeds. Als een stramme pinguïn schuifel ik met gebogen rug zo goed en kwaad als het gaat richting trappenhuis. De trapleuning en ik worden vrienden voor het leven, terwijl ik aan alle kanten word ingehaald. Ook door vlotte bejaarden.

Buiten de Arena beweeg ik slakjesgewijs richting parkeergarage. Ik kan niet anders dan naar de grond kijken en hoor mijn dochter grinniken. En omstanders ook trouwens: “Ziet er gladjes uit, ouwe!” Ik glimlach wat. “Ja, ik zoek mijn lenzen,” probeer ik nog gevat. Zuchtend en kreunend kom ik bij de auto. Het moet er werkelijk belachelijk uit hebben gezien.

Nee, dan liever de snelle dribbels van Younes. Ook als het allemaal even niet lukt.

Reacties