Blessurezorgen zijn er dit keer niet om Litmanen, wel rond anderen. © Ajax Images

18 mei 1996. Nog vier dagen. Ajax bereidt zich voor op de Champions League-finale tegen Juventus in Rome, in een rare, stille Ajaxmaand.

Overmorgen, maandag 20 mei, dan is het eindelijk zo ver. Dan vliegt Ajax naar Rome, kan er op het complex van AS Roma getraind worden in de Italiaanse zon en kunnen de Ajacieden de uren gaan tellen in plaats van de dagen. Stadio Olimpico. Juventus. De finale. De kans om de Champions League-titel te prolongeren en van 1996 net zo'n gouden Ajaxjaar te maken als 1995.

Nog vier dagen. In Amsterdam stijgt de spanning. Bij mij in elk geval wel. Ik heb nog bekeken wat het me zou kosten: een retourtje Rome. Antwoord: te veel. Onbetaalbaar voor een student. Ach, ik ben mee geweest naar Dortmund. Dat was al prachtig.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik er niet gerust op ben. Op 5 mei zag ik vanuit het uitvak van De Vijverberg hoe een loom en vermoeid Ajax 0-0 speelde tegen De Graafschap, dat zich daarmee definitief boven de degradatiestreep speelde. Bij Ajax startte de eindelijk fitte Marcio Santos, maar ontbraken Patrick Kluivert en de beide broers De Boer. Niet omdat ze rust kregen, was het maar waar, maar omdat ze alle drie fors geblesseerd waren: Kluivert herstelde van een knieoperatie, de Boertjes hadden allebei een gekwetste enkel.

De ziekenboeg zit zorgwekkend vol, want linksbuiten 1 (Overmars) en linksbuiten 2 (Reuser) bevinden zich er ook al maanden…

Nog vier dagen. In Amsterdam stijgt de spanning.

Wel in de ploeg op De Vijverberg: Michael Reiziger, maar die is geschorst voor de finale en speelde dus voor het laatst in het shirt van Ajax. Ook opgesteld: Peter Hoekstra, maar die is in de Europacup niet speelgerechtigd. Santos, Finidi, Litmanen én Kanu speelden tegen De Graafschap de volle negentig minuten, maar van de vier buitenlanders mogen er in Rome maar drie in de wedstrijdselectie.

De Ajaxselectie zal er in Rome anders uitzien, dat staat vast, maar hóe precies? Er zijn zorgen. Blessures. Afwezigen. Er moet een puzzel opgelost en zo'n puzzel is geen fijne voorbereiding.

Na de laatste competitiewedstrijd wachtte Ajax een gapend gat van zeventien dagen tot aan de Champions League-finale. Van die zeventien zijn er nu dertien verstreken. Tien dagen lang hadden teletekst en de kranten amper nieuws, want trainer Van Gaal bleek het fitte deel van de selectie een week op vakantie te hebben gestuurd. Rust leek hem de beste voorbereiding. Geen trainingen, geen zichtbare activiteit bij De Meer, waar de geblesseerden binnenskamers vochten (en nog altijd vechten) tegen de tijd, met de medische staf.

Ajax op Schiphol, mét Boertjes, mét Kluivert.

Sinds woensdag 15 mei is de ploeg weer in training en zijn er weer nieuwtjes. De tussenstand is niet best. De kans dat Frank de Boer en Patrick Kluivert in Rome kunnen spelen, is vooralsnog kleiner dan vijftig procent. Ronald staat er iets beter voor, maar veelbelovend klinken de berichten al met al niet.

Zaterdag 18 mei. Geen Boertjes en geen Kluivert op het trainingsveld. Wel ene Mario Melchiot (19) van Ajax-2. Gaat hij zijn debuut in het eerste team maken in een Champions League-finale...?

Zondag 19 mei. Over de geblesseerden geen nieuws – en dat is dus slecht nieuws. Maandag 20 mei. Het Sportjournaal toont beelden van het vertrek. Ajax op Schiphol, mét Boertjes, mét Kluivert. Ze willen spelen, zeggen ze, ze zijn ervan overtuigd dat ze het zullen halen, maar hun wens is hier nadrukkelijk vader van hun gedachten.

Dinsdag 21 mei. Het late Sportjournaal. Daar zijn de beelden vanuit het Stadio Olimpico. Ajax traint op het veld waarop het morgenavond allemaal moet gebeuren. Thuis, in Amsterdam, vind ik de trainingsbeelden bijna even spannend als een wedstrijd, want dít is het moment van de waarheid voor de geblesseerden.

Ajax is in Rome. Een deel van de aanhang is er ook al.

Daar is Van Gaal, daar is Frank de Boer en yes, hij lacht, hij is fit! Ronald kan meedoen! Frank ook! Zelfs Patrick Kluivert heeft de laatste training goed doorstaan, al laat Van Gaal weten dat hij maar een halve wedstrijd mee kan doen. De eerste of juist de tweede helft, dat zien we morgen wel.

Nog één nacht slapen. Ik woel, ik draai, ik staar naar het plafond en hoop in vredesnaam dat de Ajacieden in Rome in deze meinacht meer rust zullen vinden dan ik.

Reacties