Deze Griekse held staat zomaar op een bijveldje in Nijmegen. © Floris Roos

Ik slenterde zaterdag al vroeg op de dag door zonovergoten Nijmegen. De wedstrijd is nog uren weg, dus alle tijd om de stad te verkennen. Aan het einde van de middag stuur ik richting De Goffert. Daar volgt een bijzondere ontmoeting.

Het onderkomen van NEC is gebouwd in een soort kuil en oogt van buiten als een pas gelande UFO. De parkachtige omgeving waarin het is gebouwd, maakt het plaatje af. Op de bijvelden naast het stadion wordt gevoetbald. Ik zie bekende tenues. Via de kantine loop ik het terrein op. “Oud-NEC tegen Oud-Ajax”, vertelt een sigaar rokende heer mij. “Nog grote namen,” vraag ik. “Alleen Dennis Gentenaar en Patrick Pothuizen”.

Bij Ajax zo op het eerste oog geen bekende koppen. “Nee joh, die doen alleen mee in Amsterdam. Nijmegen is vast te ver weg voor ze,” is de uitleg. “Bij de dinsdagavond potjes op De Toekomst doen Aron Winter, De Boertjes en Simon Tahamata regelmatig mee.”

Ik verleg mijn blik naar het veld. Oud-Ajax is in de aanval. Een vrij afgetraind ogende spits neemt de bal behendig aan. Hè, maar is dat niet…? Ja joh, verrek! Een stuk grijzer geworden legt Angelos Charisteas de bal terug. Tussen al die volstrekt onbekende mannen in Ajaxshirt staat daar plots de man die Griekenland in 2004 Europees kampioen maakte, door een bal in de finale tegen Portugal binnen te koppen.

Hoe je het ook wendt of keert, dan ben je in zekere zin onsterfelijk.

Nu staat deze voormalige Griekse held dus zomaar op een bijveldje in Nijmegen. Het is een wat vreemde aanblik. Het zweet gutst van zijn voorhoofd. Het is ook warm tussen de Gelderse bomen en op het droge kunstgras. Langs de kant staan Nijmeegse fans biertjes te drinken en over hun club te praten.

Het leukste aan de periode van Charisteas bij Ajax was dat de club hem handig sleet aan Feyenoord.

Dan komt Charisteas plots in beweging. Iets moois lijkt in de maak. De oude vos schat de inkomende voorzet precies goed in en neemt de bal links volley uit de lucht. De bal suist snoeihard diagonaal de verre kruising in. Een werkelijk wonderschoon doelpunt dat door veel te weinig mensen wordt gezien.

“Jezus Christus,” hoor ik mezelf denken. “Dát deed hij bij Ajax nou nooit…”

Hij scoorde sowieso niet veel in Amsterdam. Het leukste aan de periode van Charisteas bij Ajax was eigenlijk wel dat de club hem handig sleet aan Feyenoord. De reacties bij de Rotterdamse aanhang waren om te smullen. Zaten ze plots opgescheept met de reservespits van Ajax. Succes ermee!

Na afloop spreek ik hem kort. Op slippertjes en in een hemdje stiefelt hij kalmpjes met zijn toilettasje richting auto. In een mix van Engels en Nederlands kijkt hij terug op het potje voetballen. “Pfff, ik ben kapot man. Lang niet gespeeld, dus viel niet mee. Maar dit is erg leuk. Ik woon nu in Nederland en doe om de twee weken mee met Oud-Ajax.” Als ik hem complimenteer met zijn treffer knikt hij tevreden. “Ja, hij zat er echt lekker in. Ik kan het nog wel, haha.”

Een paar uurtjes later heeft Ajax geen kind aan NEC. De ploeg stapt met een dik verdiende zege (1-5) in de bus. Als PEC Zwolle een dag later Feyenoord op 2-2 houdt, is duidelijk dat de spanning in de eredivisie weer helemaal terug is. Voor welk van zijn twee voormalige werkgevers zou Charisteas eigenlijk juichen?

Verdorie, niet gevraagd. Gemiste kans!

Reacties