Vaarwel bijgeloof

Columns

Ik heb een onverklaarbare drang tot bijgeloven. Voorheen had ik dat bij meer dan alleen voetbal, maar de afgelopen jaren bleven de creatieve, vaak idiote verzinsels louter binnen de stadionmuren van vreemde voetbalterreinen. Oftewel; hoofdzakelijk de uitpotjes. Vorig seizoen was de samenstelling van het groepje waarmee ik de uitwedstrijden bezocht cruciaal in mijn bijgeloofbeleving en overigens ook in die van de mensen die met mij waren. Twee personen welteverstaan. Kon één van ons niet of sloot een ander zich aan bij ons drietal, dan behaalde Ajax steevast een beter resultaat dan wanneer we met z’n drieën waren.

Zoiets is vervelend als je met z’n drieën van Ajax houdt en graag uitwedstrijden bezoekt. Dat die vreemde redenatiewijze niets met het vertoonde spelbeeld van doen heeft, kan elk individu verzinnen. Maar, als het bijgeloof dusdanig ver door te voeren is dat het een geheel seizoen bestrijkt, ga je er op den duur nog in geloven ook. Als we met z’n drieën waren won Ajax nooit. Dit voetbalkalenderjaar vond er een mutatie plaats: een radicale zelfs. De groepssamenstelling bleek er op den duur tóch niet toe te doen. Tja, we werden wakker.

En dus, overboord ermee. Kielhalen die onzin. Want: eens doorbroken, altijd doorbroken. Alsof het een geschaad vertrouwen betreft dat onmogelijk kan helen. Plots kwam het werkelijke besef. “Bij die vorige twee gewonnen wedstrijden hadden we een zak Tijgernoten bij ons.” Geloof het of niet, maar het onverklaarbare, wat in feite gewoon ‘sport’ heet, probeerden we vanaf dat moment te manipuleren met het fenomeen Tijgernoten, van de firma Duyvis, u kent ze. Dikwijls reisden deze pinda’s-met-een-jas-aan niet mee om onze trek te stillen. Nee. We wilden winnen! Zonder Tijgers op voorhand kansloos, dat was het devies. Ongefundeerde hoop deed ons de zakken met gestreepte borrelaccessoires keer op keer aanschaffen.

Het rare is dat ik voortdurend in mijn achterhoofd wel wist dat zo’n gewoonte eigenlijk onzin is. Van Basten neemt de beslissingen en als de spelers geen zin hebben kun je (met je naïeve oogkleppen op) vol overtuiging handenvol borrelnoten in je mond proppen: die bal zal daardoor echter niet pardoes een reis van tientallen meters door de lucht afleggen om vervolgens met ijzingwekkende snelheid de versteld staande doelman over het hoofd te vliegen om in de bovenhoek het doelnet te doen bollen en de drie Amsterdamse punten veilig te stellen. Wij geloven niet in sprookjes! Hoewel, Volendam uit - voor de competitie welteverstaan - leek echt gered door die Duyvis-krengen, die overigens sinds afgelopen zondag tot het verleden behoren.

Raar, dat je pas rationeel naar zo’n stomme gewoonte gaat kijken wanneer deze nutteloos blijkt. Al ken ik genoeg supporters die tevens specifieke vormen van bijgeloof hebben. Laat staan voetballers zelf; velen van hen hebben een terugkerend ritueeltje voor elk duel. Zo betrad Cruijff bijvoorbeeld altijd als laatste het veld en vond-ie veertien wel ’n leuk getal. Het is klaarblijkelijk iets menselijks. Ik voelde me eerlijk gezegd wel een tikkie bedonderd door die rottige noten, afgelopen zondag in dat vervelende Groningen. Misschien heeft het aantal afgelegde kilometers te maken met de hoeveelheid Tijgerpinda’s dat ik naar binnen moet werken. Pfff, ik word moe van mezelf…

Eigenlijk is bijgeloof hetzelfde als ‘echt’ geloof. Of is dat te kort-door-de-bocht? Een groot verschil is dat die ‘echte’ geloven niet ontkracht kunnen worden door een winst- of verliespot, of door wat dan ook, waardoor aanhangers blijven geloven zoals ik bleef geloven in de werking van de Tijgernoten zolang er gewonnen werd. Maargoed, ik ben geen geloofsdeskundige.

Toch moet je als supporter blijven geloven. Immers, als je nergens meer in gelooft wat moet je dan nog? Om die reden schuif ik de prullaria in m’n hoofd opzij en geloof weer in hetgeen er werkelijk toe doet: de Amsterdamsche Football Club Ajax zelf. Ik geloof in Ajax, en daar is niks bijgelovigs aan.

Stuur door
Reageer
Reacties : 135
Als ik al die wedstrijden in 1995 geen oude onderbroek had gedragen, had niemand Patrick Kluivert gekend... Overigens doet een koetjesreep voor de wedstrijd ook wonderen
Reacties : 85
Ben er maar mee gestopt. Geluksshirt, plaats in het vak of een bepaald ontbijt. Uiteindelijk bleken ze allemaal niet bestand tegen de onvoorspelbare manier waarop de spelers het veld op stappen. Enige wat niet veranderd is dat ik blijf komen kijken.
Reacties : 130
Top column! Wij hadden dat afgelopen jaar met 'naar het toilet gaan'. Na vage herinneringen van voorgaande wedstrijden gingen we het tegen de kaasboertjes thuis eens bewust uitvoeren. En daar gingen we; ombeurten op willekeurige momenten naar het toilet, en ja hoor het werkte ook nog(al werd er wel maarliefst 6 maal het net gevonden). We hebben het daarna nog enkele malen geprobeerd met als laatste de wedstrijd voor de plee-offs, tevergeefs. Maar ook hier eens doorbroken, altijd doorbroken. Laten we het maar bij een positieve instelling richting de 30ste kampioensschaal houden en hopen dat de mannen van het kasteel dit weekend al hun werk doen.
Reacties : 2
Klinkt heel erg bekend !! En al zeg ik iedere keer dat het onzin is toch moet ik bepaalde dingen doen (vooral het ajax-shirt aandoen) !! Mijn vriendin kan hier dan ook hartelijk om lachen want die spelers doen toch wel wat ze willen !! Goede Column
Reacties : 840
Wat ook meestal werkt is een paar minuten voor de rust heel hard roepen '1 voor de thee!'.
Sommige shirts hebben we heel diep in de kast weggestopt, als we dat aanhadden werd er niet gewonnen...
 
sluiten
OK