Het zorgt weleens voor verbijstering. Voor bijna agressief onbegrip omdat alles zo vanzelfsprekend lijkt. Maar niets is zoals het lijkt. David Endt vraagt het zich af het in z'n boek 'Mijn Inter'. Kan je van zowel Rembrandt als Picasso houden? Endt bevrijdt me hiermee van een ongemakkelijk dilemma. Want het kan, bewijst de oer-Ajacied in z'n heerlijke boek. Zonder schroom sluit ik me bij hem aan. Ik hou namelijk van AFC Ajax en CFC Genoa 1893.
Mijn tweede liefde diende zich begin jaren negentig aan in het Olympisch stadion. Een paar duizend hartstochtelijke Italianen uit Ligurië benamen mij de adem. Voor het eerst in mijn leven keek ik meer naar de supporters van de tegenpartij dan nota bene een halve finale Uefa Cup. De orale overtuiging die uit het Olympische hoekvak opsteeg, maakte me melancholisch en lacherig tegelijk. Het voelde als een cultfilm met een snufje Joep Meloen. Zoveel passie en extraverte support had ik begin jaren negentig zelden gezien. Het was me vreemd maar ik omarmde 't met dezelfde hartstocht.
Pas na de wedstrijd ben ik me gaan verdiepen in het team. Een mengeling van Italiaanse robuustheid en kwajongensachtige techniek. Branco, die bijkans nog meer gedrogeerd leek dan Herman Brood in z'n hoogtijdagen. Of Tomas Skuravy. Zijn lange wilde manen kon enkel een vergelijking met Samson (uit de bijbel, niet van Gert) doorstaan. Met zijn scoringsdrift kielhaalde hij alle verdedigende Filistijnse figuranten uit de Italiaanse Serie A. Tenminste, zo beleefde ik het.
De liefde werd intenser ook al degradeerde Genoa naar de Serie B. De derby tegen Sampdoria was zelfs in deze Italiaanse Gouden Gids Divisie heftiger dan een gemiddelde Londense tweestrijd op het hoogste niveau. Rellen waren er zelden. Voor hetzelfde gemak sla je namelijk de buurman op z'n bek. Maar het gaat ook wel eens mis. Genoa-supporter Vincence Spagnolo werd in 1995 vermoord door supporters van AC Milan en kreeg pal voor het Luigi Ferraris stadion (Marassi) een gedenkteken van minstens acht meter hoog. Voor aanvang van elk seizoen wordt door Genoa nog de Trofeo Spagnolo gespeeld. Als vredelievende supporter raakt het me steeds weer.
Ondanks een verbanning naar de Serie C bleef een groepje fanatieke Nederlanders Genua een paar keer per jaar als reisdoel kiezen. De Italianen begrijpen er niets van. Het maakt onze voetbalreizen alleen maar mooier. Overal worden we met alle egards ontvangen en Genoa Club Amsterdam haalde zelfs de Gazetta dello Sport. De magie van de Genoa-fan omarmt je als je in de stad bent. De passie -die ik soms zo mis bij Ajax- is in iedere straat voelbaar. De briljante tifo-acties en het bezopen positief fanatisme werkt aanstekelijk. Bij winst in de derby tegen die gasten in het wielrenshirt van Sampdoria word je spontaan gekust door de eerste de beste welriekende Italiaanse oma. De harstocht is lijfelijk voelbaar en je hebt er geen enkele moeite mee. Daarnaast, mijn vrouw is al lang blij dat het niet die schone twintigjarige van het rijtje voor me is.
Het is een liefde die ik met gemak kan delen met Ajax. Genoa spreekt mij aan op een geheel ander niveau. Ajax laat ik nooit los. Spreek in geval van Genoa liever van een langdurige flirt die ik niet geheim wil houden. En ik weet dat mijn vrouw Ajax niet gaat tegenspartelen. Het kan namelijk heel goed samen. Toch David?